maandag 3 augustus 2009

Lentedag

Aangezien ik tot de categorie werkende mensen behoor krijg ik zelden de kans om buiten kantooruren om door de stad te lopen. Niets is erger dan op zaterdagmiddag met provinciaal Nederland door de Kalverstraat te moeten sjokken, een situatie die ik dus zoveel mogelijk probeer te mijden. Sporadisch komt het voor dat ik zomaar een dagje vrij ben, een ideaal moment om eens te genieten van de rust in de stad.
Men nemen een lentedag bij voorkeur in april. Als het even kan heeft het al enige dagen niet geregend, schijnt de zon, maar is het niet te warm. Tijdstip; ergens na het eind van de ochtendspits, maar voor het begin van de lunchdrukte, een uurtje of tien / half elf.

Ik heb geen haast en loop op m’n gemak over het Prinseneiland. Aangezien ik geen last heb van ik-moet-ergens-optijd-zijn-stress, heb ik m’n mp3 speler niet aangezet en kan met volle teugen genieten van de geluiden die bij de stad horen. In de verte hoor ik de piepende wielen van de treinen van en naar het Centraal Station, een fietser met een aanlopend rijwiel en een jengelend kind. Ik passeer een pand in aanbouw waar een groep bouwvakkers hard aan het werk is. Natuurlijk hebben ze de radio’s, ja meervoud, aan. Drie stuks allen afgestemd op een andere zender die druk tegen elkaar in spelen. Waarschijnlijk bedoeld om daarmee de herrie van de heipalen aan de overkant van de straat te overstemmen. Een van de mannen roept me na “alles goed dame?” Ik moet lachen, goed volk die bouwvakkers, goed voor je ego ook. Ik wandel verder, steek de brug over naar de Korte Prinsengracht. M’n neus zit verstopt, dus ik kan het grachtenwater niet ruiken, maar m’n brein weet dat het stinkt. Of dat nou komt door de troep die in het water drijft of door de slecht onderhouden kades, geen idee, maar iedere Amsterdammer weet wel dat als de grachten gaan stinken dat de zomer in aantocht is.

De Haarlemmer Houttuinen laat ik links liggen, want afgezien van het feit dat dat een uiterst saai straatje is, is de sportschool waar ik lid van ben er gevestigd. Het zijn goeie mensen die daar werken, maar ik kom er echt te vaak en blijf er te lang hangen, vandaag maar even niet. Ik loop een blok verder en sla links af de Haarlemmerdijk op. Ondanks het feit dat het pas midden april is, zien de bomen in de straat er uit alsof juni zich al heeft aangekondigd, vol groen. Het steekt mooi af tegen de strak blauwe lucht. Op de stoep is een bestelwagen geparkeerd. Een man met steekwagen komt een winkel uit, qua bevoorrading is het spitsuur hier. Ik word bijna omver gelopen door een horde dronken Engelse toeristen die op zoek zijn naar een Ierse pub. Ik vraag me af of ze nog dronken zijn, of alweer dronken. Zowiezo een raar tijdstip om uberhaupt te drinken. Ik loop rustig door, werp af en toe een blik in een etalage. Bij Reprazent blijf ik even stil staan. Niet dat ik nu zo’n behoefte heb aan wintersportspullen, ik hou helemaal niet van sneeuw, maar kijken is altijd leuk. Haarlemmerdijk wordt Haarlemmerstraat. Ergens heeft iemand zo’n ongelovelijk dikke joint opgestoken dat zelfs mijn verstopte neus de wietlucht niet kan negeren. De tranen springen er van in m’n ogen. Een illegale daklozenkrant verkoper probeert me z’n blaadje aan te smeren, ik negeer hem en loop door. Op de brug hangt een groepje junkies. Ik heb geen zin in bedelaars en steek dus over, laat daar bij de Nieuwendijk voor wat hij is en loop over de Prins Hendrikkade naar het CS. Nog meer toeristen, moeders met kinderen die nog niet oud genoeg zijn om naar school te gaan en een hoop verkeer. De lunchdrukte begint op gang te komen.

De bus die mij naar huis moet brengen komt net aanrijden, mazzzeltje. Ik stap ik en ga zitten. Het is druk in het voertuig en aangezien de gesprekken van de mensen om mij heen mij bijzonder weinig interesseren zet ik toch m’n mp3 speler maar aan.Met de snoei harde drum ‘n’ bass riedels van Dillinja als metgezel ben ik voor dat ik het weet op het Buikslotermeerplein. Eigenlijk moet ik er hier uit, maar combinatie goede muziek / rijdend voertuig is een soort zen voor mij en dus besluit ik om te blijven zitten tot het eindpunt. Dan kan ik rustig terug wandelen van het Waterlandplein en heb ik waarschijnlijk niet eens de helft van de D’n’B Sessie gehoord. Halverwege de wandeling wordt mij pad gekruisd door een jongen van een jaar of zestien gekleed in camo gear met bij passende camo Nike Airmax en camo Eastpack. Het is best een leuk heerschap, maar ik had z’n moeder kunnen zijn. Heel even zou ik niet erg vinden om weer zestien te zijn. Ik wil het mannetje eigenlijk in halen, maar we lopen even snel wat er in resulteert dat we het hele stuk naar het Buikslotermeerplein stug naast elkaar blijven lopen, zonder elkaar ook maar een blik waardig te gunnen. Tot we bij een zebrapad aankomen, dan moeten we wel naar elkaar kijken, want om nou onder auto te schuiven alleen omdat je de wilde vreemde naast je wilt negeren is ook zoiets. Camo jongetje loopt lichtelijk rood aan, ik moet om een of andere reden aan kerst denken, maar grijp wel m’n kans om hem voor bij te lopen. Vijf minuten later ben ik thuis en kijk ik uit over de stad waar ik zo dol op ben. Een wandeling door Amsterdam op een lentedag in april kan ik echt iedereen aan raden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen